Babi pangang
Malse reepjes varkensvlees in een zoetzure rode saus met atjar. Een geliefde Chinees-Indische klassieker die perfect past bij witte rijst.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Meng de reepjes varkensvlees met 2 el sojasaus, het vijfkruidenpoeder en de look. Laat het vlees minstens 15 minuten marineren op kamertemperatuur.
Verhit 2 el arachideolie in een wok op hoog vuur. Bak het vlees in twee of drie porties rondom bruin en gaar, ongeveer 6 tot 8 minuten per portie. Schep het vlees uit de wok en houd warm.
Voeg de resterende 1 el olie toe aan de wok en fruit de ui op middelhoog vuur glazig, ongeveer 3 minuten.
Voeg de ketchup, suiker, witte azijn, 2 el sojasaus, sambal en het water toe. Roer goed en breng de saus aan de kook.
Roer de aangelengde maïzena door de saus en laat 2 tot 3 minuten pruttelen op laag vuur tot de saus mooi glanst en licht gebonden is.
Voeg het vlees terug toe aan de saus en warm alles nog 2 minuten goed door. Serveer meteen met de atjar tjampoer en witte rijst.
Babi pangang is geen traditioneel Chinees gerecht, maar een creatie van Chinees-Indische restaurants in Nederland en Belgie. De naam is Indonesisch en betekent letterlijk gebraden varken.
Snijd het varkensvlees tegen de draad in voor malse reepjes. Bak het vlees in kleine porties zodat het echte kleur krijgt in de wok en niet begint te stoven.
Witte gestoomde rijst en atjar tjampoer.
Een licht gekoeld Chinees bier of een fruitige rosé past uitstekend bij de zoetzure saus.