Geroosterde puntpaprika met citroen en kappertjes
Zoete puntpaprika langzaam geroosterd tot ze bijna confitachtig zacht zijn, afgewerkt met sjalot, kappertjes en een scheutje citroensap. Een eenvoudig warm voorgerecht met veel karakter.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Halveer de puntpaprika's in de lengte en verwijder de zaadlijsten en het steeltje.
Leg de helften met de snijkant naar boven in een ovenschaal, besprenkel met de olijfolie en kruid royaal met peper en zout.
Rooster de paprika's 20 tot 25 minuten in de voorverwarmde oven tot ze goed zacht zijn en licht geblakerd aan de randen.
Snijp intussen de sjalot zeer fijn.
Haal de paprika's uit de oven en laat ze 5 minuten rusten.
Schik ze op een schaal en werk af met de sjalot, de kappertjes, het citroensap en de fijngesneden kruiden. Voeg naar smaak een paar druppels sherryazijn toe voor extra frisheid.
Puntpaprika is van nature zoeter dan gewone blokpaprika. Bij het roosteren karameliseren de suikers, waardoor de zoetheid nog verder versterkt wordt.
Laat de paprika's gerust wat blakeren. Die lichte rooktoets geeft net dat extra beetje diepgang aan het gerecht.
Geroosterd brood of als bijgerecht bij gegrild vlees of vis
Een frisse droge rosé of een lichte rode wijn zoals een Pinot Noir