Aardbeienconfituur
Zoete, fruitige zelfgemaakte confituur met stukjes aardbei. Zomer in een potje, heerlijk op een verse boterham.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Was de aardbeien grondig onder koud water, verwijder de kroontjes en snij grote exemplaren in stukken. Doe ze in een ruime pot met dikke bodem.
Voeg de geleisuiker en het citroensap toe en meng alles goed. Laat het mengsel 30 minuten rusten zodat de aardbeien vocht loslaten.
Breng de confituur al roerend aan de kook op hoog vuur. Laat 4 tot 5 minuten stevig doorkoken en roer voortdurend. Schep het opkomende schuim af met een schuimspaan.
Doe de geleertest: laat een druppel confituur vallen op een koud bord. Rimpelt de druppel als je er met je vinger tegenaan duwt en vloeit hij niet weg, dan is de confituur klaar.
Kook de glazen potjes en deksels vooraf uit om ze te steriliseren. Giet de gloeiend hete confituur onmiddellijk in de potjes tot aan de rand, sluit ze meteen stevig af en zet ze enkele minuten omgekeerd zodat het deksel extra steriliseert. Laat volledig afkoelen voor opslag.
Citroensap doet meer dan smaak toevoegen: het zuur activeert de pectine in de geleisuiker, waardoor de confituur beter en sneller geleert.
Geleisuiker bevat al pectine, waardoor je een kortere kooktijd nodig hebt en de confituur fris en fruitig van smaak blijft. Gebruik bij voorkeur volledig rijpe maar stevige aardbeien voor de beste smaak en structuur.
Verse boterhammen, pannenkoeken of yoghurt