Mornaysaus
Een rijke kaassaus op basis van bechamel, verrijkt met gruyère, parmezaan en eierdooier. Onmisbaar bij gegratineerde witloof met hesp, vis of pasta.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de melk in een apart steelpannetje tot ze net niet kookt. Zet apart.
Smelt de boter in een ruime pan op een zacht vuur. Voeg de bloem in één keer toe en roer stevig met een houten lepel tot een gladde roux. Laat de roux 2 minuten garen op een zacht vuur zonder te kleuren.
Giet de warme melk er scheutje per scheutje bij, telkens stevig roerend met een garde zodat er geen klonters ontstaan. Voeg pas nieuw melk toe als de vorige hoeveelheid volledig is opgenomen.
Breng de bechamel al roerend aan de kook en laat ze vervolgens 8 tot 10 minuten zachtjes pruttelen op een laag vuur, regelmatig roerend, tot ze mooi indikt.
Haal de pan van het vuur. Roer de geraspte gruyère en parmezaan door de saus tot de kaas volledig gesmolten is.
Laat de saus een halve minuut licht afkoelen. Klop de eierdooier los in een apart kommetje en roer die snel door de saus. Zorg dat de saus niet meer kookt, anders schift de dooier.
Kruid af met zout, witte peper en nootmuskaat. De afgewerkte saus moet dik, glad en glanzend zijn.
Mornaysaus is een klassieke afgeleide van de bechamelsaus, een van de vijf Franse moedersauzen. Ze dankt haar naam vermoedelijk aan de hertog van Mornay, een Franse staatsman uit de zestiende eeuw.
Laat de saus nooit meer koken nadat de eierdooier erin is geroerd, anders schift ze. Werk de saus pas op het laatste moment af met de dooier, vlak voor het gebruik.
Gegratineerde witloof met hesp, vis of macaroni