Beurre blanc
Een klassieke botersaus uit de Loirestreek: een zijdezachte emulsie van koude boter, sjalot, droge witte wijn en witte wijnazijn. Verfijnd en romig, en de perfecte begeleider bij vis en schaaldieren.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Doe de fijngesnipperde sjalotten samen met de witte wijn en de witte wijnazijn in een kleine steelpan.
Laat op een matig vuur zachtjes inkoken tot er nog slechts een paar eetlepels siroperig vocht overblijft.
Voeg de room toe en laat kort meekoken. De room helpt de emulsie stabiel te houden.
Zet het vuur heel laag. Klop nu blokje per blokje de koude boter door de saus met een garde. Wacht telkens tot een blokje bijna volledig is opgenomen voor je het volgende toevoegt.
Blijf kloppen tot je een gladde, romige en licht gebonden saus bekomt. Laat de saus nooit koken, anders schift ze.
Kruid bij met zout en versgemalen witte peper. Zeef de saus door een fijne zeef voor een fluweelgladde textuur.
Beurre blanc zou eind negentiende eeuw per toeval zijn ontstaan toen een kokkin uit de Loirestreek de eieren voor een bearnaise vergat toe te voegen.
Houd de afgewerkte saus lauw op een warmwaterbad tot het serveren. Zet ze nooit rechtstreeks terug op een direct vuur, want dan schift ze onherroepelijk.
Gepocheerde of gebakken vis, sint-jakobsschelpen of asperges
Een droge Muscadet de Sevre et Maine uit de Loire past hier uitstekend bij.