Clafoutis met kersen
Rustiek Frans nagerecht uit de Limousin: een dik, zacht pannenkoekbeslag rond verse kersen, gebakken in de oven. Het beste lauwwarm geserveerd, bestrooid met bloemsuiker.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180°C (hete lucht 165°C). Beboter een ronde of ovale ovenschaal van ongeveer 28 cm diameter.
Verdeel de ontpitte kersen in een gelijkmatige laag over de bodem van de schaal.
Klop in een kom de eieren los met de kristalsuiker en de vanillesuiker tot een licht, luchtig mengsel.
Zeef de bloem en het zout boven het eimengsel en roer glad met een garde.
Giet er al roerend de melk en de gesmolten boter bij en klop tot een glad, klontervrij beslag.
Giet het beslag voorzichtig over de kersen in de schaal.
Bak 40 tot 45 minuten in de voorverwarmde oven, tot de clafoutis goudbruin is aan de rand en net gestold in het midden. Een ingestoken satéprikker moet er droog uitkomen.
Haal de clafoutis uit de oven en laat 10 minuten rusten zodat hij lauwwarm wordt. Bestrooi royaal met bloemsuiker en serveer meteen.
In de klassieke versie uit de Limousin laat men de kersen met pit erin bakken. De pit zou tijdens het bakken een subtiele amandelachtige smaak afgeven aan het beslag. Voor huishoudelijk gemak worden de kersen echter bijna altijd ontpit. De naam 'clafoutis' is afgeleid van het Occitaanse werkwoord 'clafir', wat 'vullen' of 'volstouwen' betekent.
Gebruik bij voorkeur donkere, rijpe kersen zoals Bigarreau of Schaarbeekse krieken voor de meeste smaak. Diepvrieskers (volledig ontdooid en drooggedept) werkt ook buiten het seizoen.
Een bolletje vanille-ijs of een lepel licht opgeklopte room past er mooi bij.
Een glas lichtzoete mousserende wijn zoals een Clairette de Die of een Muscat Pétillant sluit prachtig aan bij de zoete kersen.