Falafel
Knapperige gefrituurde balletjes van geweekte kikkererwten en verse kruiden. Buiten krokant, vanbinnen zacht en felgroen. Een klassiek gerecht uit de Levantijnse keuken dat perfect werkt als hapje of in een pitabroodje.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Week de gedroogde kikkererwten minstens 12 uur in ruim koud water. Gebruik uitsluitend gedroogde kikkererwten: kikkererwten uit blik zijn te zacht en vallen uiteen bij het frituren.
Giet de geweekte kikkererwten af en laat ze goed uitlekken. Dep ze droog met keukenpapier.
Doe de kikkererwten samen met de grof gesneden ui, knoflook, peterselie en koriander in een keukenrobot. Mix tot een grof, kruimelig mengsel. Ga door tot alles samenkomt maar verwerk het niet tot een gladde puree: de korrelstructuur is belangrijk.
Voeg het komijnpoeder, korianderpoeder, bakpoeder, zout en peper toe en meng goed. Dek de kom af en laat het mengsel 30 minuten rusten in de koelkast. Dit helpt de balletjes hun vorm te bewaren.
Vorm met licht bevochtigde handen balletjes van ongeveer 3 cm doorsnede. Werk rustig en druk ze goed samen zodat ze niet uiteen vallen tijdens het frituren.
Verhit de zonnebloemolie in een frituurpan of ruime kookpot tot 170 graden. Frituur de balletjes in porties van 4 tot 6 stuks gedurende 3 tot 4 minuten tot ze rondom goudbruin en krokant zijn.
Schep de falafel uit de olie en laat uitlekken op keukenpapier. Serveer meteen.
Over de precieze oorsprong van falafel wordt tussen landen in het Midden-Oosten flink gediscussieerd. Sommigen situeren de wortels in Egypte, waar men traditioneel tuinbonen gebruikt als basis. In de Levant is de kikkererwt de gebruikelijke grondstof.
Als het mengsel te vochtig is en de balletjes niet samenblijven, voeg dan 1 tot 2 eetlepels bloem toe en meng opnieuw. Zorg er ook voor dat de olie op temperatuur is voor je begint te frituren: te koude olie maakt de falafel vettig en zacht.
Serveer met tahinsaus, verse komkommer, tomaat en pitabrood.
Een frisse munt-limonade of een lichte, ongezoete ijsthee past hier goed bij.