Babi ketjap
Malse blokjes varkensvlees langzaam gestoofd in een zoete ketjapsaus met gember en look. Een populaire Indonesische stoofpot met diepe, volle smaak.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Dep de varkensblokken droog met keukenpapier.
Verhit de olie in een ruime stoofpot op hoog vuur. Schroei het vlees in twee of drie porties rondom goudbruin aan, ongeveer 5 tot 6 minuten per portie. Schep het vlees uit de pot en zet opzij.
Zet het vuur middelhoog. Fruit de ui, look en gember in dezelfde pot gedurende 3 minuten, tot de ui glazig is. Roer regelmatig zodat de look niet verbrandt.
Voeg de sambal oelek, ketjap manis en sojasaus toe. Roer alles 1 minuut goed door.
Doe het vlees terug in de pot. Voeg het water, de laurierblaadjes en de kaneelstok toe. Breng aan de kook.
Zet het vuur laag, leg het deksel op de pot en laat het geheel 1 uur zachtjes stoven. Roer af en toe.
Haal het deksel van de pot en laat de saus op middelhoog vuur 15 minuten inkoken tot ze mooi stroperig is.
Verwijder de laurierblaadjes en de kaneelstok. Breng op smaak met limoensap en versgemalen zwarte peper. Serveer onmiddellijk.
Babi ketjap betekent letterlijk 'varken in sojasaus', want 'babi' is het Indonesische woord voor varken. Omdat Indonesië overwegend islamitisch is, eet het grootste deel van de bevolking geen varkensvlees. Dit gerecht is dan ook vooral een specialiteit van de Chinese en Balinese gemeenschappen, waar varkensvlees wél een vaste plaats heeft in de keuken.
Gebruik bij voorkeur varkensschouder of varkensbuik: het hogere vetgehalte zorgt ervoor dat het vlees na het stoven bijzonder mals en sappig blijft. Magere stukken zoals haaskarbonade drogen sneller uit.
Gestoomde witte rijst of gekookte pandanrijst. Een frisse komkommersalade past er goed bij als tegenwicht voor de zoete saus.
Een licht gekoeld Indonesisch lager zoals Bintang of een droge Riesling met fruitige tonen sluit mooi aan bij de zoet-hartige smaak van het gerecht.