Guacamole
Romige avocadodip met limoen en een pittig randje. Perfect bij tortillachips of nacho's.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Halveer de avocado's, verwijder de pit en schep het vruchtvlees uit de schil met een lepel. Doe het vruchtvlees in een kom. Gebruik echt rijpe exemplaren: die geven licht mee als je er zachtjes op drukt.
Rasp de limoenschil fijn boven de kom en pers het sap van de limoen erbij. Het sap voorkomt dat de guacamole verkleurt.
Snijd de Spaanse peper fijn, zonder zaadjes, en voeg toe aan de kom.
Hak de koriander grof en voeg toe samen met de olijfolie, de wijnazijn en een snuifje suiker.
Plet en roer alles met een vork tot een smeuïge maar licht grove dip. Een staafmixer geeft een te gladde textuur; een vork geeft het authentieke resultaat.
Proef en breng op smaak met peper en zout.
Het woord guacamole stamt van het Azteekse ahuacamolli, een samentrekking van ahuacatl (avocado) en molli (saus). De Azteken maakten deze avocadodip dus al eeuwen voor de Spanjaarden voet aan wal zetten.
Bewaar guacamole met een stuk plasticfolie direct op het oppervlak van de dip, zodat er geen lucht bij kan. Zo blijft ze langer mooi groen. Eet bij voorkeur dezelfde dag nog op.
Tortillachips, nacho's of rauwkost zoals wortelstaafjes en bleekselderij.
Een frisse margarita of een koud Mexicaans biertje zoals Corona past uitstekend bij guacamole.