Duitse frikadellen
Sappige platte gehaktkoeken van gemengd gehakt met ui, mosterd en kruiden, goudbruin gebakken in de pan. Lekker warm als hoofdgerecht of koud op een boterham met mosterd.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Week het broodje of het sneetje brood een paar minuten in wat lauw water. Knijp het nadien goed uit zodat er zo weinig mogelijk vocht overblijft.
Snippер de ui zo fijn mogelijk.
Doe het gehakt in een ruime kom en voeg het uitgeknepen brood, de gesnipperde ui, het ei, de mosterd, het paprikapoeder en de peterselie toe. Kruid royaal met zout en peper. Kneed alles met de handen tot een egale, samenhangende massa.
Bevochtig uw handen licht met water en vorm 8 platte koeken van ongeveer 2 cm dik en gelijke grootte.
Verhit de zonnebloemolie in een ruime bakpan op middelhoog vuur. Bak de frikadellen in twee beurten, zodat de pan niet te vol staat, gedurende ongeveer 6 tot 8 minuten per kant. De koeken moeten goudbruin zijn en volledig gaar vanbinnen.
Laat de frikadellen kort rusten op wat keukenpapier voor u ze serveert.
Frikadellen zijn een klassieker uit de Noord-Duitse keuken en worden er zowel warm als koud gegeten. Verwarrend voor Vlamingen: de Duitse 'Frikadelle' is een platte gehaktkoek, terwijl de Vlaamse 'frikandel' een geheel ander product is, namelijk een gefrituurde vleessnack in worstvorm.
Gebruik oud brood in plaats van vers. Oud brood bindt beter en geeft de frikadellen een stevigere structuur die niet uit elkaar valt tijdens het bakken. Druk de koeken licht plat in de pan zodat ze gelijkmatig garen.
Aardappelpuree, gestoofde rode kool of een eenvoudige groene salade. Koud zijn ze ook uitstekend op een stevige boterham met grove mosterd.
Een frisse Duitse lager of een glas appelsap past perfect bij de hartige smaak van de frikadellen.