Poffertjes met poedersuiker
Kleine, luchtige minipannenkoekjes op basis van boekweitmeel en tarwebloem met gist. Warm geserveerd met een klontje boter en een royale bestuiving van poedersuiker.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Meng de tarwebloem, het boekweitmeel, de gedroogde gist, de suiker en het zout in een ruime kom.
Voeg de lauwe melk en het ei toe en klop alles tot een glad, klontvrij beslag.
Dek de kom af met een propere keukenhanddoek en laat het beslag op een warme plek gedurende 1 uur rijzen tot er bubbels aan de oppervlakte verschijnen.
Verwarm een poffertjespan op middelhoog vuur en vet de holtes goed in met een klontje roomboter.
Schep het beslag in de holtes tot ze voor driekwart gevuld zijn.
Bak de poffertjes 1 tot 2 minuten tot de onderkant mooi goudbruin is en de bovenkant bijna droog ziet.
Keer de poffertjes met een houten prikker of een vork en bak de andere kant nog 1 minuut goudbruin.
Serveer meteen op een warm bord, leg er een klontje roomboter op en bestrooi royaal met poedersuiker.
Poffertjes worden gebakken in een speciale koperen of gietijzeren pan met ronde putjes. Ze danken hun typische luchtigheid aan de gist in het beslag en zijn onlosmakelijk verbonden met kermissen en jaarmarkten in Nederland en Vlaanderen.
Zorg ervoor dat de melk echt lauw is, rond 37 graden Celsius, zodat de gist optimaal kan werken. Te warme melk doodt de gist en te koude melk vertraagt de werking sterk.
Extra roomboter en poedersuiker aan tafel
Een kop warme chocolademelk of een glas appelcider past hier perfect bij.