Bloemkoolgratin met kaassaus
Zachte bloemkoolroosjes in een romige kaassaus, gegratineerd tot een goudbruin korstje. Een klassiek bijgerecht dat ook als hoofdgerecht kan.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 200°C. Snijd de bloemkool in roosjes en kook ze 8 min beetgaar. Giet af.
Smelt de boter in een pan, roer de bloem erdoor en laat 1 min garen.
Giet al roerend de melk erbij en bind tot een gladde saus.
Haal van het vuur, roer de kaas en mosterd erdoor en kruid met nootmuskaat, peper en zout.
Leg de bloemkool in een ovenschotel en giet de kaassaus erover.
Strooi het paneermeel erover en bak 20 min tot goudbruin.
Laat kort rusten en dien warm op.
Bloemkool in kaassaus staat in Franstalige keukens bekend als 'chou-fleur au gratin'. Het gratineren, waarbij de bovenkant onder de hittebron goudbruin en krokant kleurt, dankt zijn naam aan het Franse woord voor het krokante korstje dat achterblijft in de schaal.