Coquilles met botersaus
Sint-jakobsschelpen kort en heet gebakken tot ze goudbruin karamelliseren, afgewerkt met een lichte botersaus en citroen. Verfijnd en toch snel klaar.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Dep de coquilles heel droog met keukenpapier en kruid ze met zout en peper.
Verhit de olijfolie in een pan op hoog vuur tot ze bijna rookt.
Leg de coquilles erin en bak ze 1,5 minuut per kant tot ze een goudbruine korst hebben. Bak niet te lang zodat ze vanbinnen mals blijven.
Haal de coquilles uit de pan en houd warm.
Zet het vuur lager, voeg de boter en de geperste look toe en laat de boter licht bruisen.
Roer een scheut citroensap en de bieslook door de saus.
Leg de coquilles terug, wentel ze door de botersaus en serveer meteen.
Coquilles zijn sint-jakobsschelpen, genoemd naar de pelgrims van Santiago de Compostela die zo'n schelp als herkenningsteken droegen. Het geheim van een perfecte coquille is hete pan en korte baktijd, zodat het zoete vlees goudbruin karamelliseert zonder taai te worden.