Sri Lankaanse dhal curry
Romige rode linzen gekookt in kokosmelk met kurkuma en een geurige tempering van look, ui en mosterdzaad. Een troostend Sri Lankaans basisgerecht.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Spoel de rode linzen grondig onder koud stromend water en laat ze uitlekken.
Doe de linzen samen met het water, de kurkuma, het gemberpoeder en het zout in een ruime kookpot en breng aan de kook op middelhoog vuur. Schep eventueel schuim van het oppervlak.
Zet het vuur laag en laat de linzen 15 minuten zachtjes pruttelen zonder deksel, tot ze beginnen uit elkaar te vallen.
Voeg de kokosmelk toe, roer goed en laat nog 8 minuten verder garen op laag vuur tot de dhal romig en gebonden is. Voeg indien nodig een scheutje extra water toe als de massa te dik wordt.
Maak ondertussen de tempering: verhit de zonnebloemolie in een kleine steelpan op hoog vuur. Voeg het mosterdzaad toe en bak tot de zaadjes beginnen te knetteren en springen.
Voeg daarna de gesnipperde ui, de fijngehakte look, de kurkuma, de kerrieblaadjes en de chilivlokken toe. Bak al roerend gedurende 4 minuten tot de ui goudbruin en geurig is.
Roer de helft van de tempering door de dhal. Lepel de rest erover als garnituur net voor het serveren.
Dhal is de verzamelnaam voor gerechten van gedroogde peulvruchten die in heel Zuid-Azië een dagelijkse basis vormen. In Sri Lanka geeft men er een eigen draai aan met kokosmelk en een tempering: hete olie met look, ui en mosterdzaad die je op het einde over de curry giet voor extra aroma en smaak.
Verse kerrieblaadjes geven een authentiekere smaak dan gedroogde. Je vindt ze in de meeste Aziatische supermarkten. Heb je ze niet bij de hand, laat ze dan gewoon weg.
Gestoomde basmatirijst of roti.