Knolseldergratin met kaas
Dunne plakjes knolselder in een romige saus met kaas, langzaam gegratineerd tot ze botermals zijn. Een verrassend bijgerecht bij wildgerechten of gebraad.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Vet een ovenschotel in met de boter.
Schil de knolselder ruim en snijd hem in dunne plakjes van ongeveer 2 mm, met een mandoline of een scherp mes.
Doe de room en de melk in een steelpan. Voeg de geperste knoflook en de tijmtakjes toe en verwarm het mengsel zachtjes zonder te koken.
Kruid de roommelk met peper, zout en een flinke snuf nootmuskaat. Verwijder de tijmtakjes.
Schik een laag knolselderplakjes overlappend in de ingeboter de ovenschotel. Giet er een scheutje warme roommelk over en strooi er een deel van de gruyère over. Herhaal deze lagen tot de knolselder en twee derde van de gruyère op zijn.
Giet de resterende roommelk gelijkmatig over de gratin. Verdeel de rest van de gruyère over de bovenkant.
Dek de schotel goed af met aluminiumfolie en bak 30 minuten in de voorverwarmde oven.
Verwijder de folie en bak nog 15 minuten tot de knolselder volledig zacht is en de bovenkant mooi goudbruin gekleurd is.
Laat de gratin 5 minuten rusten voor het opdienen.
Knolselder is een oud maar lange tijd ondergewaardeerd wortelgewas dat pas in de moderne keuken opnieuw opgang maakt. In een gratin verrast de licht nootachtige, kruidige smaak als begeleider van wild of gebraad.
Zorg dat de plakjes knolselder zo dun en gelijkmatig mogelijk zijn. Een mandoline geeft het beste resultaat en zorgt voor een egare garing. Dompel de gesneden plakjes eventueel kort in koud water met een scheutje citroensap om verkleuring te vermijden, en dep ze droog voor gebruik.
Gebraad, wildgerechten of een eenvoudig stukje vlees uit de oven.
Een droge witte Bourgogne of een volle Chardonnay sluit mooi aan bij de romige, nootachtige smaken van deze gratin.