Coquilles Saint-Jacques gegratineerd
Sint-jakobsschelpen in een romige witte wijnsaus met champignons, gegratineerd in de schelp. Een chique Frans klassiek voorgerecht dat indruk maakt aan tafel.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 200 graden. Zet de schelpen of ovenschaaltjes klaar op een bakplaat.
Smelt de helft van de boter in een ruime pan op middelhoog vuur. Fruit de sjalot glazig, voeg dan de champignons toe en bak ze tot al het vocht volledig verdampt is.
Schep de champignons uit de pan en zet ze even opzij. Smelt de rest van de boter in dezelfde pan op matig vuur. Strooi de bloem erover en roer één minuut goed door tot een lichte roux.
Blus af met de witte wijn en roer glad. Voeg daarna al roerend de melk toe, gevolgd door de room. Blijf roeren tot je een gladde, licht gebonden saus krijgt.
Kruid de saus met nootmuskaat, zout en peper. Laat ze twee à drie minuten zachtjes pruttelen op laag vuur.
Snijd de coquilles in twee of drie gelijke stukken. Voeg ze samen met de champignons bij de saus en meng alles voorzichtig door elkaar.
Verdeel het mengsel gelijkmatig over de schelpen of schaaltjes. Meng de geraspte gruyère met het paneermeel en bestrooi elk schaaltje er ruim mee.
Zet de schelpen 10 tot 12 minuten in de voorverwarmde oven tot de bovenkant goudbruin en bubbelend is.
Werk af met fijngehakte peterselie en serveer meteen.
Coquilles Saint-Jacques danken hun naam aan de pelgrims naar Santiago de Compostela, die de schelp als herkenningsteken op hun kleding droegen. In Frankrijk werd de schelp het symbool van de hele pelgrimsroute.
Zorg ervoor dat de coquilles niet te lang in de oven gaan, want ze garen snel en worden taai bij overgaring. Het mengsel hoeft enkel te gratineren, de coquilles zijn al gaar door de warmte van de saus.
Knapperig stokbrood om de saus mee op te deppen.
Serveer met een droge witte Bourgogne of een Chablis, die de delicate smaak van de coquilles mooi ondersteunt.