Focaccia barese met kerstomaatjes en olijven
Luchtige focaccia uit Bari met een krokante bodem, bezaaid met sappige kerstomaatjes en olijven. Heerlijk als aperitief of bij de soep.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Los de verse gist en de suiker op in het lauwe water en laat 5 minuten staan tot het mengsel licht begint te schuimen.
Meng de bloem, de fijngestampte aardappel en het zout in een grote kom. Voeg het gistwater en de olijfolie toe en kneed alles tot een zacht, licht plakkerig deeg.
Dek de kom af met een vochtige doek of plasticfolie en laat het deeg op een warme plaats ongeveer 1,5 uur rijzen tot het flink in volume is verdubbeld.
Vet een bakplaat of ovenschaal royaal in met extra vergine olijfolie.
Stort het gerezen deeg op de bakplaat en trek het voorzichtig met de vingers uit tot de volledige plaat gelijkmatig bedekt is. Laat het deeg afgedekt nog 30 minuten narijzen.
Verwarm de oven voor op 220 graden (boven- en onderwarmte).
Druk met natte vingertoppen regelmatig kuiltjes over de hele focaccia.
Duw de gehalveerde kerstomaatjes met de snijkant naar beneden en de olijven stevig in het deeg.
Besprenkel de focaccia royaal met extra vergine olijfolie en bestrooi met grof zeezout en gedroogde oregano.
Bak 22 tot 25 minuten in de voorverwarmde oven tot de focaccia goudbruin is en de onderkant knapperig aanvoelt.
Haal uit de oven en besprenkel meteen met nog een scheutje extra vergine olijfolie. Snijd in stukken en serveer warm of op kamertemperatuur.
Focaccia barese komt uit Bari in de regio Puglia en onderscheidt zich van andere focaccias door de toevoeging van gekookte aardappel in het deeg. Die zorgt voor een extra luchtige, vochtige structuur en een zachte kruim.
Gebruik voor de lekkerste smaak rijpe, sappige kerstomaatjes. Druk ze goed in het deeg zodat hun sap tijdens het bakken in de focaccia trekt.
Serveer als aperitief of als begeleiding bij een kom tomatensoep.
Een frisse Italiaanse witte wijn zoals een Fiano di Avellino past uitstekend bij deze focaccia.