Brusselse spruitjes met spek en kastanjes
Fijne spruitjes gebakken met krokant gerookt spek en zoete kastanjes: een klassiek Belgisch winterbijgerecht dat heerlijk past bij wild of gebraad.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Maak de spruitjes schoon door de buitenste blaadjes te verwijderen en de stronkjes bij te snijden. Snijd een klein kruisje in de onderkant zodat ze gelijkmatig garen.
Breng een ruime pot gezouten water aan de kook en kook de spruitjes 6 tot 8 minuten beetgaar. Giet ze af en laat ze kort uitdampen.
Verhit een brede pan op middelhoog vuur zonder vetstof en bak de spekblokjes krokant. Schep ze uit de pan en leg ze even opzij op keukenpapier.
Giet het overtollige spekvet grotendeels uit de pan. Voeg de boter toe en laat smelten. Fruit de fijngesnipperde sjalot glazig op een matig vuur.
Voeg de afgegieten spruitjes toe en bak ze 3 tot 4 minuten al omscheppend tot ze lichtbruin kleuren.
Voeg de kastanjes en de krokante spekblokjes toe. Warm alles samen nog 2 minuten door op een matig vuur.
Kruid af met nootmuskaat, peper en zout naar smaak.
Dien warm op.
Spruitjes worden in het Engels 'Brussels sprouts' genoemd omdat de groente vanaf de late middeleeuwen rond Brussel op grote schaal werd geteeld. Ze behoren tot dezelfde familie als kool en groeien als kleine knopjes langs een hoge, rechte stengel.
Gebruik bij voorkeur kleine, vaste spruitjes: die zijn zoeter van smaak en minder bitter dan grote exemplaren. Laat de spruitjes na het koken goed uitdampen zodat ze mooi kleuren in de pan en niet waterig worden.
Lekker bij wildgerechten zoals hertensteak of fazant, maar ook bij gebraad van varken of rund.
Een glas stevige Belgische Trappist of een lichte rode Bourgogne past goed bij de aardse smaken van kastanjes en gerookt spek.